NIEUWS
RECENSIE: Fings Ain't What They Used T'Be, Theatre Royal Stratford East ✭✭✭✭
Gepubliceerd op
Door
stephencollins
Share
Fings Aint What They Used T'Be. Foto: Tristram Kenton Fings Aint What They Used T’Be
Theatre Royal, Stratford
21 mei 2014
4 Sterren
Fings Ain't Wot They Used T'Be, met muziek en liedteksten van Lionel Bart en een script van Frank Norman, beleeft momenteel een herneming op de plek waar het ooit begon: Theatre Royal Stratford East. In een nieuwe regie van Terry Johnson confronteert dit stuk het vaste theaterpubliek met een aantal prikkelende en soms zelfs verontrustende raadsels.
Wat doet Ryan Molloy hier in hemelsnaam? Jessie Wallace - serieus? Bart heeft dat nummer toch niet voor dít stuk geschreven? Waarom zou je dit hernemen – dit zou je toch nooit in het National Theatre zien? Waar is de echte chorus line? Kan dat taalgebruik eigenlijk wel op het toneel? Waar heb ik zojuist naar gekeken?
Het is belangrijk om deze lastige vragen eens goed onder de loep te nemen.
Ten eerste: Ryan Molloy. Beroemd door zijn glansrol als Frankie Valli in het gigantische succes Jersey Boys, brengt Molloy een groot deel van de eerste akte door in de luwte als ensemblelid. Hij zingt en danst mee met de rest – slechts een van de kleurrijke figuren die rondhangen in de bar van Fred en zich bezighouden met kleine criminaliteit, dubieuze zaakjes en een vleugje prostitutie.
Molloy doet dit voortreffelijk. Geen twijfel over mogelijk. Maar waarom zou hij zich hiervoor lenen?
Omdat hij halverwege de eerste akte een spectaculaire entree maakt als Horace, de vrolijke binnenhuisarchitect die door Fred is ingeschakeld om de bar te moderniseren. Horace is een droomrol: flitsend, dynamisch, een fantastisch show-nummer ('Contempery'), heerlijk over-the-top camp en een jurk in de tweede akte. Molloy is een geweldige Horace in elk opzicht – stijlvol, bruisend, een geweldige danser, fantastische zanger en met een perfecte dictie en komische timing. Dit is karakteracteren van de bovenste plank in een musical; Molloy toont een diepgang die je zelden ziet bij een leading man. Een absolute bravoureprestatie.
Jessie Wallace is natuurlijk bekend als Kat Slater uit EastEnders. Hoewel er oppervlakkige gelijkenissen zijn met haar personage Lil, is het meest opvallende dat Lil een totaal andere vertolking is. De hardheid, de constante onrust en de sluimerende agressie van Kat zijn verdwenen – Lil is hard maar rechtvaardig, en een romanticus in hart en nieren. In haar stille momenten schittert Wallace, maar ook op het gebied van zang en dans stelt ze niet teleur. Zowel 'Do You Mind' als 'Polka Dots' zijn in haar handen een genot, en het titelnummer brengt ze met echte overtuiging als een ware diva.
Ze is simpelweg fantastisch. Het is verbazingwekkend om te zien hoe iemand die als Kat soms wisselvallig kan zijn, hier in elk opzicht de juiste snaar raakt. Ze doet regelmatig denken aan Barbara Windsor, wat eerlijk gezegd precies is wat dit stuk nodig heeft.
Het creatieve team heeft in het herziene script enkele nummers verwerkt die Bart wel schreef, maar die oorspronkelijk niet in de show zaten. 'Do You Mind' en 'Living Doll', destijds grote pophits, passen moeiteloos in de partituur. Hoewel sommigen misschien verrast zijn dat dit werk van Bart is, sluiten ze perfect aan bij de stijl van de voorstelling. Ook 'Where Do Little Birds Go?' en 'Big Time' zijn toegevoegd en werken uitstekend; ze versterken de personages en de inleving. De uitgebreide score zorgt voor een heerlijk muzikaal feest.
Onder de scherpe en bekwame regie van Terry Johnson, en met het extra werk aan het script door Elliot Davis, blijkt het stuk een bijzonder fenomeen: een herneming die zowel een tijdsdocument als een allegorie is voor hedendaagse maatschappelijke kwesties. De kloof tussen klassen, de verleiding van het criminele circuit, de stuitende manier waarop mannen met vrouwen omgaan, de ware betekenis van vriendschap en het onderscheid tussen goed en kwaad. Bewerkt, aangevuld en opgefrist heeft deze musical uit 1959 modern Groot-Brittannië veel te bieden: een blik in het verleden, het heden en de toekomst – tegelijkertijd.
Deze productie toont aan hoe essentieel Barts bijdrage aan de Britse musicalwereld was en is. Het houdt tevens de schaduwzijde van de programmering van het National Theatre tegen het licht. Barts repertoire is belangrijk en verdient het om met de volledige middelen van het National Theatre te worden gepresenteerd. Hij is net zo relevant als Hare, Bennett, O’Casey of Stoppard; in zekere zin zelfs meer, omdat Bart altijd het leven van de gewone man weerspiegelde.
Een van de sterkste punten van deze productie is dat het de conventionele wijsheden over musicals links laat liggen. Er is hier geen 'glamour' chorus line te vinden. In plaats daarvan zien we zeer getalenteerde, sexy vrouwen in alle vormen en maten (van de slanke Vivien Carter tot de weelderige Suzie Chard). Zij vullen elk moment met sensuele vreugde, lome gelukzaligheid en een tikkeltje weemoedige verwachting. Stuk voor stuk zijn ze 'triple threats' en simpelweg fenomenaal.
Dat geldt ook voor de charmante Sarah Middleton als Rosie, de onschuldige jonge vrouw die verstrikt raakt in de wereld van Tosher, voor hem lijdt en uiteindelijk haar moment in de schijnwerpers pakt. Ze is breekbaar en zacht; zijde over staal.
Een ander groot pluspunt is dat het taalgebruik stevig in 1959 verankerd blijft. Alle kleur, sprankeling en charme van het toenmalige Londense East End-dialect is intact gebleven, ongeschonden door de tentakels van politieke correctheid. Waar hoor je tegenwoordig nog een nummer met een titel als 'The Student Ponce'? De rijkdom die dit taalgebruik aan de show toevoegt, is ongekend bevredigend.
En niet alleen de taal is rijk. De decors en kostuums van William Dudley roepen prachtig de periode, de klasse en de stijl van het stuk op. Het is een perfect samenspel tussen tekst en visie. Ben Omerod zorgt voor prachtige belichting en er wordt slim gebruikgemaakt van grote videoschermen om de sfeer te versterken, of die nu gespannen of vrolijk is.
Maar de kers op de taart is de choreografie van Nathan M Wright: gespierd, sexy, charmant en volslagen betoverend. Het komt zelden voor dat danspasjes zo direct bijdragen aan het begrip van een personage. Het publiek leert meer over Wallace’s Lil door de manier waarop ze danst dan door welke dialoog dan ook. Hetzelfde geldt voor Molloy als Horace en Stefan Booth als de onverwacht sterke Tosher. Eigenlijk geldt dit voor de hele cast. Gary Watson en Stevie Hutchinson leveren constant fantastisch voetenwerk, technisch indrukwekkend en een prachtig detail op de achtergrond.
Wrights slimste werk zit in 'Where It's Hot', waarin Christopher Ryan (die de hele avond in topvorm is) de kans krijgt de show te stelen als Red Hot. Maar ook de grote ensemblescènes imponeren; ondanks het kleine podium ogen de routines nooit rommelig of krap. Ze sprankelen onophoudelijk.
Het is waar dat Gary Kemp en Mark Arden minder indruk maken dan de rest van de cast, maar dat deert nauwelijks. Met zoveel heerlijke komische rollen – de vertolking van Myrtle en Percy door Carter en Will Barton is werkelijk geniaal – valt het lichte underacting van de twee mannelijke hoofdrolspelers nauwelijks op.
Johnson heeft een prachtige, vreugdevolle en ronduit triomfante herneming neergezet van een stuk dat vaak onterecht als 'ouderwets' wordt afgedaan. Het leven en het pure plezier dat van het podium spat, verdient een langdurig succes.
Waren er maar meer 'Fings' zoals deze; zoals ze vroeger waren.
Ontvang het allerbeste van het Britse theater direct in je inbox
Wees er als eerste bij voor de beste tickets, exclusieve aanbiedingen en het laatste nieuws uit West End.
U kunt zich op elk gewenst moment afmelden. Privacybeleid