NIEUWS
RECENSIE: The Seth Concert Series met Chuck en Lilli Cooper ✭✭✭✭
Gepubliceerd op
Door
julianeaves
Delen
Julian Eaves recenseert Seth Rudetsky met Chuck en Lilli Cooper, gepresenteerd als onderdeel van de Seth Online Concert Series.
The Seth Concert Series met Chuck en Lilli Cooper
Online live op zondag 23 mei, herhaling op maandag 24 mei
4 Sterren
De namen 'Chuck en Lilli Cooper' klinken misschien als het kibbelende koppel uit Cole Porters 'Kiss Me, Kate', maar in werkelijkheid zijn zij andere telgen van Broadway. Dit vader-en-dochter-duo werd voor ons plezier opgetrommeld in de nieuwste online cabaret-chatshow van Seth Rudetsky op deze druilerige, winderige mei-avond.
Nou, het grote nieuws van de show van vandaag was: de microfoonstandaard was verdwenen en handmicrofoons waren weer helemaal in de mode. Aha. Dat kon van alles betekenen... 'Wherever He Ain't' (Jerry Herman) was Lilli's openingsschot met handmicrofoon, afkomstig uit een eerdere rol van haar in 'Mack and Mabel'. Chuck pikte die energie op en wikkelde die, met een stem die iets minder vast was dan die van haar, in het warme cellofaan van het titelnummer uit Kurt Weills en Maxwell Andersons 'Lost In The Stars' (een zeer welkome vondst uit 1949 in een show die soms moeite lijkt te hebben om zich iets te herinneren van vóór 1950). Ik vermoed dat beide nummers iets te maken hadden met het ontsnappen aan de sleur, op de een of andere manier. Zou dat de koers van de show worden?
Als ontsnapping inderdaad een thema was dat bij de artiesten opkwam, lieten ze daar verder niets over los. We marcheerden dapper door een aantal persoonlijke anekdotes, waarna Lilli terugkeerde met Lorenz Hart en Dick Rodgers' 'To Keep My Love Alive' uit hun bewerking uit 1943 van het nog oudere 'A Connecticut Yankee'. Deze lofzang op misantropie en vrijetijdsmoord leek alleen maar te wijzen op een paar duistere krachten die in de show van deze week aan het werk waren. Fascinerend.
Vader Cooper bevond zich vocaal op veel zekerder terrein met 'Your Feets Too Big' (Fred Fisher/Ada Benson, uit 1936... die man mag terugkomen). Vergeleken met het vorige nummer schetste dit een veel minder traumatisch beeld van huiselijke twist, waardoor we vannacht ongetwijfeld allemaal rustig kunnen slapen. Terug naar Lilli. (Tegen die tijd vroeg ik me af of ze een soort 'bad cop/good cop'-spelletje speelden?) Zij verlegde onze drang naar ontsnapping naar de musical 'Hair' (waarvan ze de tekst nooit helemaal onder de knie kreeg), en vandaar naar het grauwe, sombere leed van de personages uit 'Spring Awakening' (Duncan Sheik/Stephen Sater). Seth weet meestal wel sappige roddels los te peuteren bij overlevers van deze show, zoals vaste kijkers zullen beamen, dus we zaten op het puntje van onze stoel. Maar we kregen alleen een herhaling van een vorig verhaal.
Was dit een bewuste keuze of had haar researcher steken laten vallen? Lastig te zeggen. Ondertussen vloeiden de inktzwarte klanken van 'The Dark I Know Well' uit voornoemde tiener-angst-musical onze oren binnen. Seth speelde de drie akkoorden die haar bezwerende stem ondersteunen met volledige overtuiging. Maar als je — zoals Lilli — kinderen bij de artiesteningang krijgt die je vertellen dat de show hen heeft geholpen door een verleden van familiemisbruik of suïcidepogingen heen te komen, dan bekijk je theater op een heel andere manier. Uiteindelijk komt het er allemaal op neer dat je je eigen waarde kent, vatte ze kordaat samen.
Ondertussen werd Chuck teruggevoerd naar zijn rol in het bijzondere 'Caroline, or Change' van Tony Kushner. De show kende een lange aanlooptijd, waaronder een fascinerende vroege uitvoering voor een publiek van slechts één persoon — George Wolfe — een optreden dat extra bijzonder was omdat de acteurs de muzikale secties improviseerden. Jeanine Tesori sloot zich uiteindelijk bij het team aan voor de muziek en creëerde wat — naar mijn mening — de partituur van een opera is die toevallig de taal gebruikt van (allerlei soorten) populaire Amerikaanse muziek uit de jaren 40 tot 60. Net als bij Janacek blijven de muzikale contouren uiterst trouw aan de ritmes en patronen van de natuurlijke spraak, en botsen gefragmenteerde uitbarstingen van de ene stijl tegen die van de andere. Dit is muziek die plekken opzoekt waar de meeste andere partituren niet durven te komen.
Hij begon dan ook met een soort zuidelijk weeklagen, overgaand in gospel, met 'Gone For Good' in een nummer voor 'The Bus', de rol die Cooper speelde. Hij bouwde het nummer op tot een requiem voor de vermoorde president JFK. Serieuze kost. We hadden die sfeer wel even vast kunnen houden, maar nee — we moesten door naar de lichtvoetigheid van 'Tootsie' (David Yazbek/Robert Horn), en Lilli's voor een Tony genomineerde glansrol als Julie met het nummer 'There Was John', een keurig geschreven song die klinkt als iets van decennia geleden.
Vervolgens vertelde Chuck hoe hij Hal Prince ontmoette: een verhaal over Paul Robesons verbeteringen aan de tekst van Oscar Hammerstein II voor 'Ol' Man River'. Daarna kreeg hij de rol van Tevye in Bock en Harnicks 'Fiddler on the Roof'. Een interessante opeenhoping: een zwarte artiest die de teksten van een witte Amerikaan aanpast voor een zwart personage in een musicalversie van een roman over raciale spanningen in het Amerika van vóór de Burgeroorlog, om auditie te doen bij een Joodse producent voor de hoofdrol als zwarte man in de iconische musical over Joodse onderdrukking in het pre-revolutionaire Rusland. Kunt u het nog volgen? Amerika: dé smeltkroes. Cooper maakte 'If I Were A Rich Man' volledig tot zijn eigen nummer.
Daarna was het tijd voor onze wekelijkse 'fix' van 'Wicked', met 'The Wizard and I' van de grote Stephen Schwartz. Lilli deed het fantastisch. Chuck mocht daarna nog een korte anekdote vertellen over alledaags racisme bij warenhuis Macy's (Macy's werd niet om commentaar gevraagd), alvorens een hoedtik te geven aan de Gebroeders Gershwin met 'It Ain't Necessarily So' uit 'Porgy and Bess'. Lilli and Seth deden mee met het scat-koor. Wederom was zijn stem in topvorm bij dit repertoire.
Tot slot volgde een tweetal duetten: de eerste uit de nog nooit eerder in dit programma vertoonde (ironie) 'Little Shop of Horrors' (Alan Menken/Howard Ashman), namelijk 'Suddenly Seymour', waarbij Seth de tweede stem voor zijn rekening nam — en behoorlijk goed ook. Daarna begaven we ons voorzichtig in de schimmige wereld van 'The Life' (Cy Coleman/Ira Gasman): 'I'm Gettin' Too Old For The Oldest Profession', tot in de perfectie uitgevoerd door een geïnspireerd duo, ongetwijfeld puttend uit hun eigen achtergrond als zwarte mensen in de VS.
Niet te oud voor ons, hoe zwaar en lang die klus ook mag lijken, in een show die — hoewel niet zonder spanningen en schijnbare tegenstellingen — genoeg zei om ons aan het denken te zetten en te ontroeren.
Deel dit artikel:
Ontvang het allerbeste van het Britse theater direct in je inbox
Wees er als eerste bij voor de beste tickets, exclusieve aanbiedingen en het laatste nieuws uit West End.
U kunt zich op elk gewenst moment afmelden. Privacybeleid