NIEUWS
RECENSIE: Tom Brown's School Days, Union Theatre, Londen ✭✭
Gepubliceerd op
Door
julianeaves
Share
Julian Eaves recenseert Tom Brown's School Days, nu te zien in het Union Theatre in Londen als onderdeel van het Essential Classics Season.
Tom Brown's School Days Union Theatre
8 januari 2020
2 Sterren
Zoals de voorkant van het programmaboekje ons herinnert, eindigde de Tweede Wereldoorlog in Europa 75 jaar geleden. Je zou dus denken dat mensen inmiddels wel verder zijn gegaan en in het hier en nu leven. Niets is minder waar. Dit land – of althans de 'Little Englander', Brexit-stemmende achterban – is nog steeds bijna even geobsedeerd door deze gebeurtenis uit het verre verleden als in mei 1945. En waarom? Je vraagt het je werkelijk af. Misschien om dezelfde redenen dat men bij 'nieuws' niets interessanters kan verzinnen dan de laatste perikelen binnen de familie Windsor uit, tja, Windsor. Terwijl de stad momenteel baadt in de gloed van de film '1917', schotelt het Union Theatre in Londen SE1 ons weer een portie nostalgische kost voor. Voor deze 'revival' heeft regisseur en artistiek leider Phil Willmott het verhaal van de 19e-eeuwse Rugby School-oud-leerling Thomas Hughes gedeeltelijk bewerkt en verplaatst naar de oorlogsjaren 40. In zijn programmatoelichting vraagt hij: 'Kunnen we Brexit echt vieren terwijl we de 75e verjaardag van Bevrijdingsdag herdenken?' – een vraag die je net zo goed andersom kunt stellen – en dit is de eerste van drie voorstellingen die deze platgetreden geschiedenis opnieuw onder de loep nemen, gevolgd door Lionel Barts 'Blitz' en Noel Cowards 'Peace In Our Time'.
Tja, het is een invalshoek. Misschien leek het een goed idee om Hughes' klassieker op te frissen voor het tijdperk van swing en distributiebonnen. Wellicht. Toch moeten we ook denken aan de openingszin van Hughes' voorwoord bij de zesde editie van zijn bestseller: 'Het gebeurt niet vaak dat je op latere leeftijd een boek herontdekt dat even goed is als je je uit je jeugd herinnert.' Inderdaad. Hoewel dit verhaal in de jaren 70 nog een aardige tv-serie opleverde, is de warrige, episodische structuur op het toneel een blok aan het been: Willmott slaagt er helaas niet in om focus of zeggingskracht aan de tekst te geven, waardoor we van de ene naar de andere scène sjokken met steeds minder besef van waar we heen gaan, of waarom. Misschien is dat juist zijn bedoeling? Wie zal het zeggen. Hij regisseert met een bewonderenswaardige souplesse, maar het script bevat de ene na de andere schok, niet in de laatste plaats door het onverklaarbaar wegmoffelen van het enige grote dramatische moment: de zelfmoord van een van de leraren. Een verbijsterende dramaturgische fout die het publiek alleen maar in verwarring brengt en de afstand tot de personages vergroot.
Ondanks deze zwaktes doen de andere makers wat ze kunnen. Reuben Speed levert een aantrekkelijk decor met realistische decorelementen en sfeervol meubilair; dit wordt door Ben Bull prachtig uitgelicht – zijn weelderige belichting, die optimaal gebruikmaakt van verschillende dichtheden en kleuren, is de belangrijkste visuele prestatie van deze productie. Er staat een vleugel op het toneel waarmee Ralph Warman de handelingen ondersteunt en de vele zangnummers begeleidt, die door de cast met een charmante eenheid worden uitgevoerd: als debuut als muzikaal leider is het een groot succes – zijn arrangement van de openingshymne is een juweeltje. Penn O'Gara kleedt het gezelschap met zelfvertrouwen en stijl aan, waarbij alles zeer naturalistisch is uitgevoerd. De meedogenloze 'realistische' aanpak zorgt er echter nergens voor dat de verbeelding echt op de loop gaat; de voorstelling blijft met beide benen op de grond staan en vooral de eerste helft – slechts 45 minuten – voelt veel langer aan.
Bovendien weet van de spelers slechts één acteur de stof echt meester te worden. Ursula Mohan gebruikt haar geweldige komische talent om van de kokkin Sally een geloofwaardig en sympathiek personage te maken: ze weet precies hoe ze een lach moet timen terwijl ze volledig in haar rol blijft, zonder dat het geforceerd overkomt. Elke seconde dat zij op het toneel staat is een genot. Naast haar lijkt de rest van de cast helaas steeds een stap achter te lopen op de problemen in het script. En het is een grote cast bovendien: je vraagt je af hoe zo'n klein theater een gezelschap van veertien personen kan bekostigen voor een korte speelperiode en drie weken repetitie! Sam James Page als East is ontspannen en zelfverzekerd, met een gezicht dat constant verborgen dieptes suggereert; Mikko Juan is energiek en helder als de 'head boy' Brook; Toby Wynn-Davies begint sterk als Grimstead, maar loopt tegen hetzelfde probleem aan als vele anderen: zijn rol mist variatie en inhoud. Zo komen James Horne als hoofdonderwijzer Dr. Arnold en Alex McKeon als schoolbeul Flashman (bekend van de beroemde spin-off boekenreeks) zonder brandstof te zitten omdat hun personages slechts één enkele kleur hebben. Toen het boek jaren geleden op de Engelse literatuurlijst stond, hadden studenten al moeite om er iets memorabels in te vinden, en datzelfde probleem neekt deze goede acteurs hier ook.
Het geheel laat weinig indruk achter, en bij gebrek aan een fantasierijke of vernieuwende regie valt er weinig te beleven. In plaats daarvan wordt het publiek steeds onrustiger en voelt de bloedserieuze tekst onbedoeld parodiërend aan, waardoor je eerder terugdenkt aan artistiek sterkere werken zoals Lindsay Andersons 'If...' of Michael Palins 'Ripping Yarn: Tomkinson's Schooldays'. Tja, wat zei Hughes ook alweer over die indrukwekkende boeken uit je jeugd...?
Te zien tot 2 februari 2020
Foto's: Mark Senior
Ontvang het allerbeste van het Britse theater direct in je inbox
Wees er als eerste bij voor de beste tickets, exclusieve aanbiedingen en het laatste nieuws uit West End.
U kunt zich op elk gewenst moment afmelden. Privacybeleid