NIEUWS
RECENSIE: Miss Hope Springs - Vegas to Weimar, The Two Brewers ✭✭✭✭✭
Gepubliceerd op
Door
julianeaves
Share
Miss Hope Springs: Vegas to Weimar
The Two Brewers
23 februari 2018
5 sterren
Hope Springs is de Rolls-Royce onder de drag-acts. Niet alleen vanwege haar talent om al haar materiaal zelf te smeden – met name die voortreffelijk geschreven en aanstekelijke liedjes – maar ook door de ingenieus doordachte en dramatisch volledig uitgewerkte enscènes die ze als vehikel voor elke show creëert. De voorstellingen lijken in theatrale zin steeds verder te groeien; ze ontstijgen de simpele opzet van een dame achter een keyboard die een paar deuntjes zingt en wat gevatte, campy oneliners spuwt. In plaats daarvan zien we steeds meer comedy die stoelt op karakter en situatie. De illusie die hier wordt gewekt, is die van een overjarige showgirl uit Vegas, aangespoeld op de werkloze kusten van Dungeness, die een onverwachte aanstelling krijgt bij 'Das Kabarett Vaudelesque' in Berlijn: de koffer wordt plichtsgetrouw gepakt, een donkere regenjas haastig dichtgeknoopt, en we worden meegesleept in een relaas over haar artistieke en persoonlijke strubbelingen in het hart van het cabaret en geopolitieke verdeeldheid. In werkelijkheid is het allemaal zinsbegoocheling: het is het werk van Ty Jefferies, een ontembare podiumverschijning met een tomeloze inzet en een ambachtelijke werkethiek.
En wat een heerlijk plezier levert dat op. Vanaf de toepasselijke openingssong 'There Is Ever A Place To Wander' – een romantisch, chromatisch gordijnstrijkje in de stijl van Jerry Herman – wordt de toon gezet: zangerig maar bitterzoet. Dan komt het verhaal op gang en belanden we in een 'I want'-nummer: 'I Want To Sing In A Berlin Cabaret'. Dit voelt heel erg als musicaltheater-terrein, het toeval wil alleen dat het hier in handen is van een sologebruiker. Voor wie haar werk elders heeft gezien: er is hier geen trio aanwezig, enkel een paar behendige handen en een eenvoudige piano. En dat is alles wat we nodig hebben (hoewel je je makkelijk kunt voorstellen dat deze nummers een grootsere en duurdere uitvoering zouden krijgen: ze zijn simpelweg verdomd goed). Maar dit is hoe we Hope Springs zo vaak zien: in zowel glamoureuze, flitsende zalen als in smoezelige gaybars.
De grap hier is dat de Berlijnse Muur dwars door de zaal loopt. Hope verschijnt in het West-Berlijnse gedeelte, waar ze onbekend is, maar het norse personeel suggereert dat ze haar geluk maar eens moet beproeven in de Oost-Berlijnse vleugel van de club. En zo trekt ze, brutaal en ondernemend, in vol ornaat over de Muur: zo ongeveer de enige persoon ooit die vanuit het Westen naar de DDR is 'ontsnapt'! Ze meldt zich bij de artiesteningang van DKV-Ost, waar ze wordt binnengelaten door de lange, zeer lange, en forse, zeer forse (we kennen het type, we hebben hem zo vaak in Berlijn gezien!) uitsmijter: Hans Zoff. Deze naam is pure slapstick-humor... en er volgt nog veel meer van dit soort grappen. Een hartstochteleijk chanson realiste geeft ons een dieper inkijkje in wie we zoal tegenkomen en wat zij uitspoken in 'Das Kabarett Vaudelesque'.
Na wat vermakelijke beslommeringen met een koffer, een wisseling van boa's en het opzetten van een parmantige hoge hoed (ja, we wéten wie er vroeger ook zo een droeg!), gaan we over op een soort poëtische voordracht – weg van de piano – van 'Marlene Stole My Act', een onthulling door Fifi, een van de oudere artiesten op Hope's nieuwe werkplek. Het is een relaas vol pijnlijk berouw, zoals veel van Hope's materiaal, maar – net als bij de teksten van Lorenz Hart vroeger – tilt de pure schoonheid, de pracht van de zinswendingen en het vlechtwerk van de rijmen de inhoud boven elk greintje larmoyante zwaarmoedigheid uit: er zit zo'n vrolijkheid en elan in het schrijven dat het onmogelijk is om er somber van te worden.
Daarna krijgen we een charmant opsommingslied: 'I Love Berlin', dat eigenlijk over bijna elke plek behalve die stad gaat. Maakt niet uit. Het is geestig en een strak voorspel tot het elegante verdriet van 'My Friend The Moon', een nummer met zo'n verfijnde melancholie dat het de harten van alle aanwezigen steelt. Vervolgens banen we ons een weg door een vleugje poëzie in de trant van Gertrude Stein: 'The Obitch-uary Of Tilly Losch'. En dan horen we een nummer uit een show genaamd 'Baby Steps': 'Wanda' is een karakterstudie van een losgeslagen jeugd, een vluchtig verhaal, maar gesmeed uit de ijzeren creatieve wil van Hope. Er volgt meer muziek, de prachtige slow fox-trot 'Joe', uitgevoerd met een verbazingwekkende dubbele boa (het klinkt als een kunstschaats-oefening en het is even ingewikkeld om foutloos te volbrengen). Uiteindelijk is het natuurlijk haar vervreemde echtgenoot Irving vanuit een stacaravan in Dungeness die onze heldin redt uit haar opsluiting in de socialistisch-realistische hel, waarna het tijd is om 'Auf Wiedersehen' te zeggen tegen deze bijzondere plek... en om nog één keer stiekem Hope’s lijflied 'The Devil Made Me Do It' ten gehore te brengen.
Wunderbar!
LEES MEER OVER MISS HOPE SPRINGS
Ontvang het allerbeste van het Britse theater direct in je inbox
Wees er als eerste bij voor de beste tickets, exclusieve aanbiedingen en het laatste nieuws uit West End.
U kunt zich op elk gewenst moment afmelden. Privacybeleid