Sinds 1999

Betrouwbaar nieuws & recensies

26

jaar

het beste van het Britse theater

Officiële tickets

Kies je zitplaatsen

Sinds 1999

Betrouwbaar nieuws & recensies

26

jaar

het beste van het Britse theater

Officiële tickets

Kies je zitplaatsen

  • Sinds 1999

    Betrouwbaar nieuws & recensies

  • 26

    jaar

    het beste van het Britse theater

  • Officiële tickets

  • Kies je zitplaatsen

NIEUWS

RECENSIE: She Loves Me, Menier Chocolate Factory ✭✭✭

Gepubliceerd op

Door

julianeaves

Delen

Mark Umbers en Scarlett Strallen in She Loves Me. Foto: Alastair Muir She Loves Me 

Menier Chocolate Factory

8 december 2016

3 Sterren

Boek Tickets

Er schuilt een krachtige vrijgevigheid in de bewondering van genialiteit, die de lauweren van glorie leent van haar grootste prestaties en deze schenkt aan haar minder omvangrijke successen.  Nergens is dat meer waar dan in het geval van die reuzen van het musicaltheater, Jerry Bock en Sheldon Harnick, scheppers van een unieke maar volstrekt magnifieke triomf: de partituur van die theatergigant, ‘Fiddler On The Roof’.  Dat ongeëvenaarde, oogverblindende meesterwerk schittert zo fel dat de rest van het oeuvre van dit opmerkelijke duo beladen is met het vermoeden dat, als we het maar zouden kunnen onderscheiden, we daarin magie van een soortgelijke orde zouden vinden: schoonheden van gelijke aard, inzichten in de menselijke conditie van eenzelfde diepgang, enzovoort.  We gaan geloven dat ze er moeten zijn: als we ze maar konden vinden…

Scarlett Strallen en Katherine Kingsley in She Loves Me. En dus gaat de zoektocht verder.  De producties van hun minder succesvolle werken vermenigvuldigen zich.  Dit specifieke stuk – een show die, om allerlei goede redenen, nooit een vaste plek in het repertoire heeft gevonden – is een musicalbewerking uit 1963 van Miklos Laszlo’s Hongaarse komedie ‘Parfumerie’.  Op het moment van compositie was het verhaal al tweemaal verfilmd in het Engels, eerst als ‘The Shop Around The Corner’ van Lubitsch en daarna als voertuig voor Judy Garland, ‘In The Good Old Summertime’.  Producenten van die ondernemingen kwamen weer samen en schakelden Joe Masteroff in voor het script bij de fijn verweven, maar vaker wel dan niet dramatisch overbodige liedjes van Bock en Harnick.  (Oké, daar is niets mis mee: ‘My Fair Lady’ heeft haar liedjes eigenlijk ook niet nodig.)  Het werk dat ze creëerden is een wonder van technische integratie – tot op zekere hoogte.  Een groot probleem is de magerheid van het verhaal, gebouwd op muzikaal-dramatisch lastig materiaal zoals terughoudendheid, verlegenheid, ontwijking, verlegenheid en genderrollen die al uit de tijd waren toen het stuk met een bescheiden 300-tal voorstellingen op Broadway verscheen en er vervolgens weer vlot vanaf verdween (in Londen lukte het nog minder).  Een jaar later kwam ‘Fiddler’ met zijn verbijsterende run van meer dan 3.200 voorstellingen, en sindsdien worstelt ‘She Loves Me’ met de complicerende factor dat het de zwakkere neef is van een veel krachtiger broertje, dat ver na het tijdstip van zijn eigenlijke overlijden aan het beademingsapparaat wordt gehouden.

Het is natuurlijk niet zonder charme.  De individuele componenten zijn vaak erg aantrekkelijk.  Ze vallen alleen – net – niet stevig genoeg samen om een meeslepende indruk te maken.  En toch werd het onlangs op heel Broadway bejubeld als een 'wonder', en verscheen het de laatste tijd ook een paar keer in Londen.  De laatste die ik zag, Robert McWhirs laatste eigen productie voor het uitstekende (en zeer gemiste) Landor Theatre, slaagde er bijna in een doorslaand succes te worden.  Dus ging ik naar de nieuwe voorstelling van de geweldige Matthew White in de Menier, vol hoop dat hij ook dicht bij een hit zou kunnen komen.

Scarlett Strallen en Mark Umbers in She Loves Me. Foto: Alastair Muir White's kwalificatie voor de klus kon nauwelijks veelbelovender zijn.  Zijn recente bewerking en productie van de Fred en Ginger-musical ‘Top Hat’ was een wonderbaarlijk perfecte aangelegenheid, die getuigde van zijn superieure beheersing van het musicaltheater.   Hij genoot echter wel van een uitzonderlijke vrijheid bij dat project, aangezien hij de licentie kreeg om zijn bewerking te maken zoals hij dat wilde: dit is een zeer, zeer zeldzame gebeurtenis voor elke regisseur in het musicaltheater.  Ten tweede, terwijl theaters zoals de 'fringe' Landor de regels een beetje – of veel – kunnen buigen en officieuze ‘wijzigingen’ (d.w.z. verbeteringen) aan de gepubliceerde tekst kunnen aanbrengen, moeten gevestigde ‘off-West End’ locaties zoals de Chocolate Factory zich veel meer aan de regels houden. En wanneer ze mikken op een transfer naar West End (zoals de Menier gewend is), dan kun je er verdomd zeker van zijn dat wat je krijgt de exacte tekst is, althans zoals deze vastgelegd is binnen de beperkingen van de licentiehouder.

Sommige regisseurs zeggen dat hun hoofdtaak is om de zwakheden van een script te verbergen.  En ze hebben geen ongelijk.  Sterke punten spreken meestal voor zich, maar zwakke punten schreeuwen luid namens je critici.  Dus die horen we liever niet.  Wanneer een regisseur een opdracht aanneemt, is dat met de hoop en het gebed dat het mogelijk zal zijn om een veilige koers te varen door de valkuilen en obstakels die zijn opgeworpen door schrijvers en eerdere producenten en regisseurs (wier stempel gemakkelijk de eeuw van de creatie van het werk kan overleven).  Bij het presenteren van een stuk dat aantoonbaar minder dan perfect is, zoals in dit geval, is de inzet bij de gok inderdaad hoog.

Tot zover de theorie.  Nu de productie zelf.  Hier beginnen de zaken veelbelovend genoeg.  Het fraaie decor en kostuumontwerp van de onschatbare Paul Farnsworth begint met een golvend voordoek met 'dat' uitzicht op het Hongaarse parlementsgebouw, gezien over de Donau, en bezongen door een briljante, virtuoze zigeunerviool van de bovenste plank (Phillip Grannell of Darius Luke).  (We kennen nog een Bock en Harnick-musical die begint met een zigeunerviool, nietwaar, kinderen?)  Inderdaad, muzikaal leider en supervisor Catherine Jayes begrijpt dit theater goed, en heeft een ensemble gekozen van werkelijk wonderbaarlijke klasse en stijl: de briljante trompet van Edward Maxwell; de fijne trombone van Stephanie Dyer of Jane Salmon; het heerlijke rietwerk van Bernie Lafontaine (fluit en diverse klarinetten, waaronder een verbluffende basklarinet); de authentieke accordeon van Romano Viazzani; de contrabas van Paul Moylan en de strakke percussie van James O’Carroll.  We menen ook een harp en klokkenspel te horen, maar dat zijn slimme trucjes van Jayes op haar keyboard, daar ben ik zeker van.  Jason Carr heeft de originele arrangementen knap ingekort: en de band klinkt precies goed voor de afmetingen van deze locatie.

Scarlett Strallen in She Loves Me. Foto: Alastair Muir De zang in de partituur is al even aangenaam.  Callum Howells is een beminnelijke Arpad; Alastair Brookshaw is een scherpzinnige en zachtmoedige Sipos; Katherine Kingsley brengt een welkome en broodnodige noot van vrouwelijke pit als Ilona; Dominic Tighe komt er beter vanaf – zoals acteurs in deze rol altijd doen – als de gluiperd Kodaly; Mark Umbers klinkt heerlijk als Jeremy Brett in de rol van de charmante, galante Nowack; Les Dennis is een prettige meneer Maraczek; Scarlett Strallen haalt alles uit elke kans als Amalia, hoewel we constant wensen dat de partituur haar prachtige stem nog meer kansen gaf om te schitteren en dat het script haar personage wat meer ruggengraat zou geven; Peter Dukes is een sympathieke Keller; Cory English zag ik als de Ober (hij wordt van 10 jan tot 6 feb vervangen door Norman Pace) en White ziet hem hier vast in een type rol à la ‘Eric Blore’.  Rachel Bingham, de prachtig bewegende Matt Crandon, Luke Fetherston, Olivia Fines, Aimee Hodnett, Sarah-Jane Maxwell en Vincent Pirillo vormen het voortreffelijke ensemble.

Wat de partituur zelf betreft, het is deels ‘The Czardas Shopgirl’ en deels ‘Give My Regards To Vorosmarty Square’: de ene kant op worden we getrokken naar de krankzinnige onzin van de Weense operette, en de andere kant op neigen we naar de glamour van Broadway uit de jaren zestig; en hoe vaker ik de muziek hoor, hoe minder ik de redenen voor deze tegengestelde stilistische keuzes begrijp (ervan uitgaande dat die er zijn).  De muziek is altijd heerlijk om naar te luisteren, maar als geheel weigert het simpelweg te versmelten.

Dan, het script van meneer Masteroff: we krijgen een veel langere en woordelijkere tekst dan ik me herinner uit de Landor.  We zien veel, veel minder choreografie (hoewel Rebecca Howell, wanneer ze de kans krijgt, een paar echt stijlvolle pasjes laat zien) dan ik me herinner uit Clapham.  Dit is zo jammer.  Howells gebruik van beweging is volstrekt fascinerend: ze kan in een handomdraai de schilderijen van Otto Dix of Tamara de Lempicka voor de geest toveren; de café-scène is een prachtig pronkstuk, maar lijkt voorbij te gaan zonder zich echt op een diep niveau te vestigen.

Ondertussen verbluft het ontwerp van de parfumerie, waar het grootste deel van de actie plaatsvindt, in eerste instantie – een weelderig interieur met veel goud en gegoten ornamenten, een soort High Street-rococo: een dame uit de middenklasse naast me zei dat het haar deed denken aan Penhaligon’s, met planken vol parfumflesjes die van binnenuit lijken te worden verlicht.  Paul Pyant heeft de controle over de verlichting en hij houdt de boel grotendeels helder en vrolijk (hoewel er een prachtig sfeervol herfst-stukje in de montage van het eerste bedrijf zit).  Dat is waarschijnlijk opzettelijk.  De hele productie is licht, beminnelijk en aangenaam, neigend naar comfort, luxe, vrije tijd en de hoffelijkheid van de redelijk succesvolle commerciële klasse.  De afwezigheid van donkere tinten creëert een zorgeloze omgeving, maar mogelijk ten koste van enige dramatische spanning of een gevoel van conflict.  Zelfs overspel en zelfmoord komen en gaan zonder veel ophef te veroorzaken.  Als je op zoek bent naar een pijnloze ervaring, dan krijg je die.  Maar als je iets stevigers nodig hebt, dan vind je het misschien allemaal net iets te luchtig en zelfs triviaal.  Dat werkt voor ‘Die Fledermaus’ of ‘Die Csárdásfürstin’, maar hier voelt het een beetje uit de toon.

We bevinden ons per slot van rekening in het Boedapest van de jaren 30.  Fascisme is overal in opkomst, ook in eigen land onder de ijzeren hiel van admiraal Horthy, terwijl het communisme in het oosten bloeit.  Antisemitisme staat op het punt Europa in de Holocaust te storten.  Van dit alles is in het script niet meer dan een gefluister te horen.  Godzijdank hield Masteroff zich niet in toen hij het boek voor ‘Cabaret’ schreef!   Godzijdank deden Rodgers en Hammerstein dat ook niet toen ze een paar jaar eerder ‘The Sound of Music’ schreven.  En godzijdank spraken Bock en Harnick meer vanuit het hart in ‘Fiddler On The Roof’.  Wat deze show betreft: het is allemaal best aardig en keurig en het zal je geen kwaad doen.  Niets om je voor te schamen, verwacht alleen niet dat de aarde zal beven.

BOEK TICKETS VOOR SHE LOVES ME

Deel dit artikel:

Ontvang het allerbeste van het Britse theater direct in je inbox

Wees er als eerste bij voor de beste tickets, exclusieve aanbiedingen en het laatste nieuws uit West End.

U kunt zich op elk gewenst moment afmelden. Privacybeleid

VOLG ONS