Sinds 1999

Betrouwbaar nieuws & recensies

26

jaar

het beste van het Britse theater

Officiële tickets

Kies je zitplaatsen

Sinds 1999

Betrouwbaar nieuws & recensies

26

jaar

het beste van het Britse theater

Officiële tickets

Kies je zitplaatsen

  • Sinds 1999

    Betrouwbaar nieuws & recensies

  • 26

    jaar

    het beste van het Britse theater

  • Officiële tickets

  • Kies je zitplaatsen

NIEUWS

RECENSIE: Volpone, Brockley Jack ✭✭✭

Gepubliceerd op

Door

timhochstrasser

Delen

Volpone

Brockley Jack Theatre

01/10/15

3 Sterren

‘Riches are in fortune a greater good than wisdom is in nature’ - Volpone

Jaren geleden woonde ik een masterclass klassieke muziek bij die niet aan de noten, maar aan de rusten was gewijd. Het draaide volledig om de vraag waar zangers wel en niet adem moeten halen in complexe barokaria’s die bruisen van angstaanjagende coloraturen. Op een punt waar Bach of Händel een passage hadden geschreven zonder duidelijke adempauzes, werden verschillende opties uitgeprobeerd en mocht het publiek stemmen. Voor ons allemaal was het meteen duidelijk waar de natuurlijke pauze en frasering lagen zodra we het hoorden. Er was een juist antwoord, maar je moest het zelf vinden; het was geen gegeven.

Ik moest weer aan dit voorval denken tijdens de persavond van deze verdienstelijke maar gebrekkige productie van Volpone in het Brockley Jack Theatre. Jonsons stuk uit 1605 zit vol met hoogdravende monologen en toespraken die zinderen van pronkerig Latijns vocabulaire en complexe paradoxen. Het vergt al vakmanschap om hier überhaupt doorheen te komen, en om dat met de benodigde zwier te doen is bovenal een scherp oor voor ademhaling, tempo en retorische projectie vereist. Niets minder volstaat. Zodra je echter onder de schitterende, verraderlijke oppervlakte van de blanke verzen duikt, wordt het rustiger varen. Jonsons verhaal gaat over Volpone — een rijke Venetiaanse hypochonder — en zijn vleierige vertrouweling Mosca (de vlieg). Samen laten zij fortuinzoekers geloven dat zij de erfenis van de sluwe vos zullen opstrijken. Het is een typische morele fabel zoals die van Aesopus, waarbij je in plaats van genuanceerde individuen eerder verzamelingen van eigenschappen ziet — Corbaccio de raaf, Voltore de gier, Corvino de kraai — die acteren binnen een min of meer voorspelbaar stramien. De speelstijl moet daarom komisch, gewiekst, razendsnel en fel zijn; genietend van de retorische hoogstandjes terwijl er een ironische afstand wordt bewaard — Blackadder zou een treffend modern equivalent zijn.

Het is echter niet louter een parabel over hebzucht en de valkuilen daarvan. Jonsons diepere bedoeling is de vraag of het bezit van rijkdom op de lange termijn meer voordeel biedt dan natuurlijke wijsheid — een verontrustendere kwestie, zeker in combinatie met Mosca’s bewering dat we in ons sociale verkeer allemaal wel op een bepaalde manier parasieten zijn, hoezeer we onszelf onderweg ook voor de gek houden.

Het stuk werd voor het eerst opgevoerd in de Globe en bleef onverminderd populair tot de Victorianen hun gevoel voor ironie verloren. In de afgelopen jaren heeft het een denderende comeback gemaakt, niet in de laatste plaats dankzij de productie van het National Theatre uit 1974 met een droomcast van Paul Scofield en Ben Kingsley in de hoofdrollen, en de luxebezetting van John Gielgud en Ian Charleson voor de bijrollen.

Volpone moet de actie domineren en leiden bij het opzetten van de intriges in de eerste helft, waarna Mosca het stokje in de tweede helft overneemt. Beiden moeten acteurs zijn met echt vakmanschap en flair, maar ook een geweldig team vormen. Als één van hen niet op niveau is, kan het geheel niet slagen. In het geval van de recente RSC-productie die door Stephen Collins werd gereciteerd was het de Mosca die tekortschoot; hier is het helaas de Volpone. Tijdens de persavond was Steve Hope-Wynne de tekst niet volledig meester, zowel wat betreft inhoud als vormgeving, en in dit genre kun je je simpelweg nergens verschuilen. Men mag hopen dat deze plooien in de loop van de speelperiode worden gladgestreken; veel komt immers neer, zoals ik al eerder opmerkte, op ademhaling en structuur, precies zoals bij het instuderen van operarepertoires.

In schril contrast hiermee was de Mosca in deze productie uitmuntend. In de monologen en de razendsnelle woordenwisselingen die hij moet regisseren, deed Pip Brignall het fenomenale materiaal van Jonson eer aan. Dit is een heerlijk gluiperige vertolking, met prachtig gedifferentieerde vormen van vleierij voor elk van de potentiële slachtoffers en een glibberige manier van bewegen die volledig past bij het personage. De tweede helft van het stuk kreeg hierdoor een zwierige vaart die werkelijk indrukwekkend en meeslepend was.

De hebzuchtige aanbidders zijn stereotypen zonder een ‘goed’ personage in zicht — zelfs Bonario en Celia, beiden onschuldige slachtoffers van het complot, zijn door Jonson slechts oppervlakkig geschetst en trekken niet echt onze emotionele aandacht. Er werd goed werk geleverd door diverse acteurs in deze karikaturale rollen, met als uitblinker Rupert Bates, die een behendige advocatentruc uitvoerde als de pleiter Voltore.

Jonson steekt meer energie in het zijplot rond de onnozele Engelse reiziger Sir Politick Would-Be, hier gespeeld door Edward Fisher als een verrukkelijk Mr Pooter-type: volkomen losgezongen van de realiteit, met een gelijke mix van zelftwijfel en uiterlijk vertoon. Zijn vrouw, Lady Would-Be, is een even amusante komische creatie vol pretentieus gewauwel, door Ava Amande neergezet als een soort Vivienne Westwood die zich niet bewust is van de verbijstering die ze om zich heen zaait. Ik heb elders producties gezien waar dit zijplot het stuk in de tweede helft vertraagde, maar hier waren hun scènes heerlijke vignetten van het wel en wee van de ‘Britse toerist’.

Regisseur Cecilia Dorland heeft het stuk namens gezelschap Scena Mundi een jaren 20-jasje gegeven qua kostuums, ontwerp en muziek. Ik had niet het idee dat deze setting tot bijzonder nieuwe inzichten leidde, maar het vormt zeker de basis voor een paar uitgelaten muzikale nummers, waaronder een afsluitende conga die de avond netjes afrondde. Het decor was minimaal, maar gezien de beperkte ruimte is dat onvermijdelijk. Er is in de tekst geschrapt, maar nergens op een manier die de integriteit van het geheel schaadde. Aan het eind zorgt Jonson ervoor dat iedereen krijgt wat hij verdient: ‘Quade daden voeden zich als beesten tot zij vet zijn, en dan bloeden zij.’ Hij maakt echter ook duidelijk dat dit vaak mijlenver verwijderd is van echte rechtvaardigheid, wat mooi gesymboliseerd wordt door de rechter (Anna Buckland) die tijdens het hele proces ostentatief aan de Veuve Clicquot zit.

Deze avond kende vele prettige en fantasierijke aspecten, maar net als bij Restoration Comedy zijn er bepaalde stilistische en vormvereisten voor succes die onomstreden zijn. Iedereen in deze productie speelde met overgave en een goed gevoel voor tempo en projectie in deze intieme zaal, maar het succes van het geheel blijft fundamenteel afhankelijk van de beheersing van een weerbarstige tekst die, net als het goud van Volpone, de schijn tegen heeft, tenzij de acteur zeer zorgvuldig te werk gaat.

Volpone is nog tot en met 17 oktober 2015 te zien in het Brockley Jack Studio Theatre.

Deel dit artikel:

Ontvang het allerbeste van het Britse theater direct in je inbox

Wees er als eerste bij voor de beste tickets, exclusieve aanbiedingen en het laatste nieuws uit West End.

U kunt zich op elk gewenst moment afmelden. Privacybeleid

VOLG ONS